Verhoogde schenking aan de kinderen

“Grote schenking” aan “grote kinderen”.

Het is steeds minder vanzelfsprekend dat de volgende generatie het beter heeft, dan je het zelf hebt. We zien dat de generatie die geboren is in de jaren ’50 en ’60 het in veel gevallen beter heeft dan hun eigen ouders, maar dit is voor hun kinderen niet altijd het geval. Er wordt daarom ook meer dan in het verleden nagedacht over schenken aan de kinderen. Zeker nu het kopen, maar vooral het financieren, van een woning niet heel eenvoudig blijkt.

Het was al mogelijk om de jaarlijkse schenkingsvrijstelling eenmalig te verhogen tot € 24.676[1] voor kinderen tussen de 18 en 35 jaar. Dit is in oorsprong bedoeld als een soort bruidsschat of huwelijkscadeau. In 2010 is de Successiewet op een aantal punten aangepast. We kennen sinds die tijd de verhoging van de grote vrijstelling voor bijzondere aanwendingen. Het is mogelijk de eenmalige grote vrijstelling extra te verhogen tot € 51.407[2] indien dit wordt gebruikt voor de aankoop van de woning of voor een bijzondere studie.

In 2011 zijn deze mogelijkheden verder verruimd en mag het ook worden gebruikt voor een nieuwbouwwoning, een verbouwing of voor aflossing. Sinds 1 januari 2013 is het mogelijk deze schenking te doen aan kinderen van 18 tot 40 jaar.

In december vorig jaar is er een besluit[3] gepubliceerd waarmee de al ruime mogelijkheid om te schenken aan de kinderen nog wat verder wordt verruimd. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt dit duidelijk gemaakt.

Voorbeeld 1
X woont in zijn eigen woning die hij wil opknappen. Hij krijgt daarvoor van zijn ouders een schenking van € 50.000 waarmee hij het onderhoud en verbetering aan zijn eigen woning betaald. Voor een schenking voor de eigen woning van het kind in 2010 geldt de vrijstelling door de goedkeuring. Voor een schenking in de jaren 2011 en verder geldt de vrijstelling op grond van de wet. De verbouwing dient in het lopende kalenderjaar plus twee hele kalenderjaren te zijn gerealiseerd.

Voorbeeld 2
X heeft een eigen woning in erfpacht. Hij krijgt de gelegenheid om de erfpacht af te kopen voor € 40.000. De ouders schenken hem hiervoor € 40.000, waarmee hij de afkoop betaalt. Voor een schenking voor de eigen woning van het kind in 2010 geldt de vrijstelling door de goedkeuring. Voor een schenking in de jaren 2011 en verder geldt de vrijstelling op grond van de wet.

Voorbeeld 3
X heeft een nieuwbouwwoning gekocht. De grond is al geleverd. De aannemer is het huis aan het bouwen. Het kind krijgt van zijn ouders een schenking van € 50.000 voor de bouw van zijn woning. De woning is voor het kind een woning als bedoeld in artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001. Hij betaalt met de schenking tot een bedrag van € 50.000 de bouwtermijnen. Voor een schenking voor de eigen woning van X in 2010 geldt de vrijstelling door de goedkeuring. Voor een schenking in de jaren 2011 en verder geldt de vrijstelling op grond van de wet.

Voorbeeld 4
X heeft een woning gekocht met de bedoeling in die woning te gaan wonen. Hij is druk aan het verbouwen. De woning is voor het kind een woning als bedoeld in artikel 3.111, derde lid, van de Wet IB 2001. X krijgt voor die verbouwing van zijn ouders in 2012 een schenking van € 45.000. Hij betaalt daarmee de kosten van de verbouwing (€ 35.000). Daarnaast koopt hij voor € 10.000 nieuw meubilair. In dit geval is € 35.000 besteed voor de eigen woning. Een schenking tot en met € 51.407 mag worden gesplitst in een bedrag van € 26.732 voor de woning en een bedrag van € 24.676 voor andere doeleinden. Dit betekent dat X van de schenking van € 45.000 ten minste € 20.324 (€ 45.000 – € 24.676) moet besteden aan de eigen woning. Het restant mag hij tot een maximum van € 24.676 besteden aan andere doeleinden dan zijn eigen woning. X besteedt in dit voorbeeld € 10.000 aan andere doeleinden. De verhoogde vrijstelling geldt dus voor de volledige schenking van € 45.000.

Naast deze voorbeelden wordt in dit besluit duidelijk dat we ook mogen schenken op basis van deze vrijstelling[4] als het gaat om een “eigen woning” die kinderen aanschaffen in het buitenland. Belangrijk daarbij is de controlemogelijkheid. De vrijstelling geldt namelijk alleen als de schenking daadwerkelijk is besteed aan de eigen woning. De staatssecretaris legt daarom artikel 33, onder 5° jo. 6° Successiewet zo uit dat de vrijstelling ook kan worden verleend voor een schenking voor de eigen woning van een kind gelegen in een land waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten, waarin de uitwisseling van fiscale informatie is geregeld. De vrijstelling geldt uiteraard alleen als de woning voor het kind voldoet aan de uitgangspunten van de inkomstenbelasting inzake de eigen woning[5].

Een laatste verruiming die in december vorig jaar aan de orde is geweest, is het gebruikmaken van de leeftijd van de partner. In het verleden was de uitleg dat er gebruik gemaakt kon worden van de leeftijd van de jongere partner, maar dat hij/zij dan niet zelf al een vrijgestelde schenking op basis van artikel 33 SW had ontvangen of nog kan ontvangen. Ook dit inzicht is verruimd. Dat blijkt uit de volgende voorbeelden.

Voorbeeld 1
Een ouder schenkt in 2013 aan zijn gehuwde dochter van 41 jaar € 24.000. De echtgenoot van de dochter is op het moment van de schenking 39 jaar oud. In de aangifte voor de schenkbelasting wordt een beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De vrijstelling kan in dit geval worden toegepast. Voor een schenking aan de schoonzoon door dezelfde ouder(s) mag uiteraard geen beroep zijn of worden gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De schoonzoon mag wel een beroep doen of hebben gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling van een schenking van zijn eigen ouder(s).

Voorbeeld 2
Een ouder schonk in 2008 aan zijn toen 34-jarige zoon € 20.000. Op die schenking is de eenmalig verhoogde vrijstelling toegepast die gold voor het schenkingsrecht in 2008. In 2012 schonk de vader. € 30.000 aan zijn zoon voor de verwerving van een eigen woning door de zoon. De zoon zelf is dan ouder dan 35 jaar, maar zijn partner niet. Op grond van de goedkeuring kan de vrijstelling van artikel 33 onder 6° Successiewet toch gelden. Die vrijstelling is in 2011 maximaal € 26.156. De belastbare schenking is (daarvan uitgaande) dan € 3.844.

Kortom er zijn weer extra mogelijkheden om de inmiddels grote kinderen belastingvrij een groot bedrag te schenken!


[1] Art 33 SW, cijfers 2013
[2] Art 33 SW, cijfers 2013
[3] Besluit van 20 december 2012,nr. BLKB2012/417M
[4] Artikel 33 lid 1 onder 5 jo 6 Successiewet
[5] Artikel 3.111 eerste jo derde lid  Wet IB 2001

Auteur: Conny Weber, vakinhoudelijk coördinator financiële planning bij Dukers & Baelemans en werkzaam in de adviespraktijk als consultant estate planning.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s