D66 stelt fiscale voordelen familiehypotheken aan de kaak
Geplaatst door Redactie InFinance op 15 juli 2026

Middels een Kamerbrief vraagt D66 opheldering van het kabinet over de fiscale behandeling van familiehypotheken en de gevolgen daarvan voor de maximale leencapaciteit van huizenkopers. Adviseur Peter Dirks leest daaruit dat hulp van ouders bij de aankoop van een woning verdacht wordt gemaakt. “D66 richt zijn pijlen op het verkeerde probleem.”
Tweede Kamerleden Henk-Jan Oosterhuis en Jan Schoonis (beiden D66) hebben hierover gisteren vragen gesteld aan minister Eelco Heinen van Financiën en staatssecretaris Eelco Eerenberg (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane).
Aanleiding vormt de zogenoemde schenk-leenconstructie, waarbij ouders een hypotheek verstrekken aan hun kind en vervolgens jaarlijks (een deel van) de betaalde rente en aflossing terug schenken. De D66-Kamerleden willen weten hoe deze constructie zich verhoudt tot de regels voor hypotheekrenteaftrek en de wettelijke leennormen.
Leencapaciteit boven de norm?
De Kamerleden vragen het kabinet onder meer of het klopt dat sommige banken familiehypotheken boven op de maximale leencapaciteit toestaan wanneer de rentelasten via een schenking worden gecompenseerd. Daarbij verwijzen zij naar voorbeelden waarbij ABN Amro tot 50% extra leencapaciteit zou bieden en Rabobank familieleningen tot 50% van de woningwaarde accepteert.
Zij vragen of deze praktijk past binnen de wettelijke kaders en of hierdoor sprake kan zijn van overkreditering, met name bij starters met vermogende ouders.
Effect op woningmarkt en hypotheekrenteaftrek
Daarnaast willen Oosterhuis en Schoonis weten welk effect de constructie heeft op de huizenprijzen en of de lening in deze situatie nog als marktconform kan worden beschouwd. Ook vragen zij of de combinatie van het terug schenken van de rente en het behouden van hypotheekrenteaftrek verenigbaar is met de fiscale regels.
Verder leggen de Kamerleden de vergelijking met de inmiddels afgeschafte jubelton. Zij vragen het kabinet of de schenk-leenconstructie eveneens leidt tot grotere ongelijkheid op de woningmarkt, doordat kinderen van vermogende ouders meer financiële ruimte krijgen dan starters die uitsluitend zijn aangewezen op een reguliere hypotheek.
Onderzoek gevraagd
Tot slot vragen de D66’ers of het kabinet aanleiding ziet om de constructie nader te onderzoeken. Daarbij denken zij aan onderzoek naar de wijze waarop kredietverstrekkers met familiehypotheken omgaan, hoe de fiscale constructie in de praktijk wordt toegepast en welke beleidsopties er zijn om deze zo nodig te beperken. De bewindspersonen moeten de Kamervragen de komende weken beantwoorden.
Reactie ‘Pak het woningtekort aan, niet de familiehypotheek’
Adviseur Peter Dirks vindt dat D66 met de Kamervragen de aandacht op het verkeerde probleem richt. Volgens hem zijn de leennormen bedoeld om overkreditering te voorkomen, niet om vermogensverschillen tussen gezinnen weg te nemen.
“Dat ouders hun kinderen financieel helpen, is van alle tijden. Ze betalen studies, helpen bij het starten van een onderneming of ondersteunen hen als dat nodig is. Waarom zou hulp bij de aankoop van een woning ineens onwenselijk zijn?”
Volgens Dirks kan een schenk-leenconstructie juist verantwoord zijn, mits een geldverstrekker zorgvuldig beoordeelt of de ouders de ondersteuning duurzaam kunnen blijven bieden. “Dat vraagt om maatwerk, niet om een generieke beperking.”
Hij wijst er bovendien op dat de fiscale regels al duidelijke voorwaarden stellen. “Een familiehypotheek komt alleen voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking als de lening aan de wettelijke eisen voldoet, de rente marktconform is en daadwerkelijk wordt betaald. Het kabinet heeft eerder al geoordeeld dat de combinatie met een afzonderlijke schenking geen onwenselijke fiscale constructie vormt.”
Volgens Dirks lost het beperken van familiehypotheken het woningtekort niet op. “Er komt geen woning extra beschikbaar als ouders hun kinderen minder mogen helpen. Wie de woningmarkt eerlijker wil maken, moet vooral zorgen voor meer woningen en een groter betaalbaar aanbod.”
============================================================
VOLLEDIGE TEKST REACTIE PETER DIRKS | MIDDEN BRABANT ADVIES
Gelijkheid bereik je niet door starters kansen af te pakken
D66 richt zijn pijlen op het verkeerde probleem. De vragen van de Kamerleden Oosterhuis en Schoonis ademen de gedachte dat hulp van ouders bij de aankoop van een woning verdacht is, omdat kinderen van vermogende ouders daardoor een betere uitgangspositie zouden krijgen. De vraagstelling stuurt duidelijk in de richting van nader onderzoek en mogelijke beperking van de schenk-leenconstructie.
Natuurlijk heeft een kind met ouders die financieel kunnen helpen een voordeel. Maar dat geldt op vrijwel ieder terrein van het leven. Ouders betalen opleidingen, helpen bij het starten van een onderneming, passen op kleinkinderen of ondersteunen hun kinderen bij tegenslag. Waarom zou juist hulp bij de aankoop van een woning als maatschappelijk ongewenst moeten worden beschouwd?
De leennormen zijn bedoeld om onverantwoorde kredietverlening te voorkomen. Ze zijn niet bedoeld om alle verschillen tussen gezinnen weg te poetsen. Wanneer ouders aantoonbaar en duurzaam bereid én in staat zijn om de lasten van een familielening geheel of gedeeltelijk te dragen, is het economisch onjuist om te doen alsof het kind die lasten volledig uit het eigen inkomen moet betalen. Een goed ingerichte schenk-leenconstructie zou daarom buiten de reguliere leennormen moeten kunnen vallen. Niet automatisch en niet zonder voorwaarden, maar na een serieuze individuele beoordeling door de geldverstrekker. Daarbij kan worden gekeken naar het vermogen en inkomen van de ouders, de looptijd van de toezegging, de schriftelijke vastlegging, de gevolgen van overlijden of financiële tegenslag en de betaalbaarheid wanneer de schenking onverhoopt eindigt. Dat is risicobeoordeling. Dat is maatwerk. Dat is precies waarvoor professionele adviseurs en kredietverstrekkers bestaan.
Fiscaal is bovendien geen sprake van een vrijbrief. De rente op een familiehypotheek is alleen aftrekbaar wanneer de lening aan de eigenwoningregels voldoet, de rente marktconform is en daadwerkelijk wordt betaald. Een afzonderlijke schenking valt onder de regels van de schenkbelasting. Het kabinet oordeelde in 2024 dan ook expliciet dat deze combinatie geen onwenselijke fiscale constructie vormt.
Ja, ruimere financieringsmogelijkheden kunnen in een krappe woningmarkt enige prijsdruk veroorzaken. Maar de werkelijke oorzaak daarvan is het structurele tekort aan woningen. Er komt geen enkele woning bij door ouderlijke hulp te beperken. Het kind zonder vermogende ouders krijgt daardoor niet ineens wél een huis. Alleen het kind dat verantwoord geholpen had kunnen worden, valt vervolgens eveneens buiten de boot. Dat is geen gelijkheid. Dat is iedereen even weinig kansen geven.
Wie de woningmarkt eerlijker wil maken, moet woningen bouwen, de huurmarkt verbeteren en zorgen voor voldoende betaalbaar aanbod. Vermogensongelijkheid kan via het belastingstelsel worden besproken. Maar gebruik de hypothecaire leennormen niet als politiek instrument om private hulp binnen gezinnen onmogelijk te maken.
Laat ouders die dat kunnen en willen hun kinderen helpen. Laat de geldverstrekker beoordelen of die hulp bestendig, zorgvuldig vastgelegd en financieel verantwoord is. Behandel volwassen mensen niet alsof zij tegen iedere eigen keuze beschermd moeten worden. De woningmarkt zit al genoeg op slot. D66 dreigt met deze benadering ook een van de laatste verantwoorde toegangsroutes voor starters dicht te draaien.
Met vriendelijke groet,
P.J.M. (Peter) Dirks MBA
directeur-eigenaar

