Het artikel van InFinance welke hierboven wordt aangehaald (gepubliceerd op 16 februari 2026), markeert een cruciaal kantelpunt in de discussie. De uitspraken van AFM-bestuurder Jos Heuvelman leggen een fundamenteel meningsverschil bloot tussen de toezichthouders, wat de positie van Rabobank wankeler maakt dan voorheen werd aangenomen.
Hier is een analyse van de situatie na de recente uitspraken van de AFM:
1. De AFM kiest de kant van de consument (en de adviseur)
De AFM stelt nu expliciet dat zij vanuit een andere invalshoek kijken dan de ECB.
ECB/DNB: Kijken naar het “systeemrisico” (de stabiliteit van de banken). Zij willen de berg aflossingsvrije schulden simpelweg verkleinen. Mijns inzien wordt Nederland ten onrechte vergeleken met andere Europeese landen en wordt er geen rekening gehouden met opgebouwd pensioenvermogen in Nederland; welke aanzienlijk beter is dan bij andere landen.
AFM: Kijkt naar de individuele consument. Heuvelman noemt een aandeel van 50% aflossingsvrij acceptabel, mits passend geadviseerd. Hij wijst dus ook op het sterke Nederlandse pensioenstelsel, waardoor het helemaal niet nodig is dat iedereen zijn huis op 65-jarige leeftijd volledig heeft afgelost.
2. Rabobank zet zichzelf in een isolement
Met de grens van 30% en een maximum van €150.000 gaat Rabobank veel verder dan wat de AFM nu “acceptabel” noemt.
Verhuizende senioren: Een echtpaar dat van een grote gezinswoning (waarde €600.000, hypotheek €200.000 aflossingsvrij) naar een appartement van €400.000 wil, loopt bij Rabobank tegen een muur. Zij mogen bij de nieuwe woning nog maar €120.000 (30% van 400k) aflossingsvrij meenemen. De overige €80.000 moeten ze annuïtair gaan aflossen, wat hun maandlasten direct met honderden euro’s verhoogt.
Marktaandeel: Als andere grootbanken (ING, ABN AMRO, etc.) of budgetlabels de AFM volgen en wél op 50% blijven zitten, prijst Rabobank zichzelf volledig uit de markt voor de grootste groep vermogende klanten in Nederland: de babyboomers met overwaarde.
3. Zal Rabobank bijstellen?
Hoewel banken zelden direct na kritiek hun beleid intrekken (om geen gezichtsverlies te lijden), zijn er mijns inziens drie scenario’s voor de komende maanden:
De “Stille” Bijstelling: Rabobank handhaaft de 30%-regel officieel, maar breidt de lijst met uitzonderingen (“hardheidsclausules”) fors uit. Bijvoorbeeld voor doorstromende senioren die hun huidige aflossingsvrije schuld willen behouden zonder extra risico voor de bank.
Aanpassing van het bedrag: Het maximumbedrag van €150.000 is in de huidige woningmarkt erg laag. Een verhoging naar €250.000 zou de ergste kou uit de lucht halen zonder de 30%-LTV-eis los te laten.
Wachten op de concurrentie: Als blijkt dat per 11 mei de aanvragen bij Rabobank instorten en de concurrentie niet volgt, zal de commerciële directie binnen de bank de risicomanagers dwingen het beleid te versoepelen.
Conclusie: De AFM heeft met dit statement Rabobank een “vrijbrief” gegeven om terug te krabbelen. Door te zeggen dat 50% aflossingsvrij verantwoord is, valt het argument van de bank (“we moeten dit van de toezichthouder”) grotendeels weg. Het zou commerciële zelfmoord zijn om dit beleid ongewijzigd door te zetten, zeker nu de toezichthouder die over consumentenbelangen gaat, de deur weer wagenwijd openzet voor maatwerk.
Voor informatie en/of advies: http://www.middenbrabantadvies.nl | 013-5212001 (keuze 2 Hypotheken).
